|
Door
Luk Van Braekel
Een juwelier als Wouter
Tyberghien die een inbreker op heterdaad betrapt en
neerknalt, wordt als een crimineel beschouwd. Hem wordt,
bovenop de psychische trauma's die het voorval hem
oplevert, nog een juridische lijdensweg aangedaan die
zijn leven verwoest en hem uiteindelijk een ander beroep
doet kiezen. En de politici zeggen: héla, we zijn hier
niet in de Far West hé, de overheid moet het
geweldmonopolie hebben! Maar als er in het Centraal
Station een roofmoord wordt gepleegd op een jongeman,
dan zijn wij plots allemaal, en de voorbijgangers in het
bijzonder, de schuldigen. Want wij zijn onverschillig,
we hadden moeten tussenbeide komen. Dat zeggen Kardinaal
Danneels (letterlijk: "Honderden hebben het gezien hoe
hij vermoord werd. Niemand deed iets") en Guy
Verhofstadt (letterlijk: "de onverschilligheid die er
heerste op het moment van de gruwelijke feiten"). Ik ben
het uiteraard volmondig met hen oneens. Net zoals ik het
oneens ben met professor Lode Walgrave, die vrijdagavond
op het één-journaal doodleuk kwam vertellen dat de
daders "kansarme jongeren" waren, lees: dat wij er
begrip moeten voor hebben, en dat wij de ware schuldigen
zijn.
Danneels, door Jean-Marie Dedecker een "Pontius Pilatus
in kardinaalspij" genoemd, is goed op weg om met zijn
dwaze gemeenplaatsen de meest irritante burger van het
land te worden. Als Deense cartoonisten op volkomen
geweldloze wijze de agressieve aspecten van de radicale
islam aan de kaak stellen, dan vindt de kerkvader dat
niet goed, wat zeg ik, heel slecht. Dan hebben ze
nodeloos geprovoceerd. Maar als een bende gewapende
allochtonen een jongere besteelt en vermoordt, ho maar,
dan zijn wij allemaal in de fout gegaan volgens de
kardinaal, want we hadden moeten tussenbeide komen. Ja,
we hadden onze vuisten in beweging moeten zetten, we
hadden uppercuts moeten toedienen, we hadden messen uit
handen moeten slaan. Van een geweldmonopolie voor de
Staat is plots geen sprake meer. De Far West lijkt plots
een oase van veiligheid. "Ha ja, de politie kan toch
niet overal tegelijk zijn", horen we nu.
Wat denken die mensen wel die vinden dat de omstaanders
en de voorbijgangers hadden moeten tussenbeide komen, en
die ons onverschilligheid verwijten? De ene seconde is
zo'n strubbeling nog een onschuldige woordenwisseling,
één seconde later zit er al een mes in een borstkas. Kom
je één seconde te vroeg tussenbeide, vraag je aan de
allochtonen "hé, wat doen jullie, laat die jongen
gerust", dan ben je een vuile racist die uitgaat van de
veronderstelling dat die blanke jongen die MP3-speler
zeker niet gestolen kan hebben van die allochtonen, maar
dat de allochtonen de MP3-speler willen stelen van de
blanke. Je bent dan een bevooroordeelde die uitgaat van
het cliché dat een bruin vel en kroeshaar indicatoren
zijn voor crimineel gedrag. Je riskeert een klacht van
het CGKR aan je broek te krijgen en veroordeeld te
worden. Kom je één seconde later tussenbeide, dan is het
onheil al gebeurd en riskeer je zelf ook een dolk in je
ribbenkast te krijgen.
Ik ga dus in tegen figuren als Danneels, Walgrave en
Verhofstadt die de burger willen culpabiliseren.
Integendeel: niet de burger, maar de Staat is hier mede
schuldig. Dat de voorbijgangers niet ingrepen, komt ten
dele doordat de Staat ons al decennia lang inpepert dat
hij, en hij alleen, het monopolie op de uitoefening van
geweld heeft, en dat burgers het recht niet in eigen
handen mogen nemen. Een tweede element is de sfeer van
onzekerheid die gecreëerd werd en wordt door de
hedendaagse inquisitie, het CGKR. U weet wel, die
instelling die naar mijn bescheiden mening sterk
bijdraagt tot de verhoging van de graad van wantrouwen
en verzuring in de maatschappij.
Mijn kritiek op de manier waarop het CGKR racisme en
discriminatie probeert te bestrijden is eenvoudig: zij
komen niet op voor gelijke behandeling, zij willen een
gelijkmakende behandeling. Het verschil tussen gelijke
behandeling en gelijkmakende behandeling kwam onder meer
tot uiting toen Raymond van het Groenewoud in zijn song
"Weg met Amerika" gekscherend opriep om Amerikanen een
gloeiende pook in hun gat te steken, en alle
Engelstaligen beledigde omdat ze een lelijke, knauwende
taal spreken. Wat mochten we dan vernemen van de
politiek correcten? Dat daar niets mis mee was, omdat de
Amerikanen (en Britten, en Nederlanders) nu eenmaal rijk
en machtig zijn, maar dat je iets gelijkaardigs niet
over Marokkanen mag zeggen (zoals gekscherend een liedje
of een monopoliespel over Marokkanen maken), omdat dat
nu eenmaal de verdrukte marginalen van onze maatschappij
zijn. "De machtspositie van de twee groepen is nu
eenmaal niet gelijk", en dat zou dan de twee maten en de
twee gewichten verantwoorden. Zij die deze stelling
verdedigden, tonen meteen de kern aan van wat er mis is
met de hedendaagse discriminatiebestrijding. De
bestrijders ijveren er niet voor dat iedereen op een
gelijke manier tegen discriminatie en racisme wordt
verdedigd. Nee, zij vinden dat de staatsdwang moet
gebruikt worden om de machtigen minder machtig te maken,
en de machtelozen machtiger te maken. Dat is geen
discriminatiebestrijding, dat is niet ijveren voor
gelijke behandeling, dat is ijveren voor gelijkmaking.
Gelijke behandeling, op zijn minst door de overheid, is
een basisprincipe dat in de grondwet zit verankerd: alle
Belgen zijn gelijk voor de Wet. Over gelijkmaking
daarentegen bestaat geen maatschappelijke consensus, en
staat er niets in de Grondwet; het is het credo van één
van de ideologische stromingen in onze maatschappij, met
name de links-collectivistische. Het is deze uitbreiding
van anti-discriminatie van gelijke behandeling naar
gelijkmakende behandeling, die ertoe leidt dat blanken a
priori schuldig geacht worden, en allochtonen a priori
onschuldig geacht worden aan discriminatie en racisme.
Het leidt ertoe dat politie en burgers op hun tellen
passen: elke daad, zoals het uitspreken van een
vermaning tegenover een agressieve allochtoon, of het
simpele stellen van een suggestieve vraag, kan opgevat
worden als een racistische belediging. Deze door de
CGKR-inquisitie tot stand gebrachte mentaliteit draagt
bij tot de verdere verrotting van de situatie.
|