De begroting
2007 bevat niet alleen snoepjes voor de burger/kiezer. Ook voor de
ondernemingen bevat ze lekkers. De uitbreiding van de
moeder-dochterrichtlijn zal ons land aantrekkelijker maken voor
buitenlandse investeerders. De eenheid van btw zal voor heel wat
bedrijvengroepen de administratieve rompslomp verminderen en voor de
banken zelfs een besparing inhouden. De verdere lastenverlaging op
ploegenarbeid en overuren zullen ons land competitiever maken.
Maar al die bedrijfsvriendelijke maatregelen verzinken in het niets
in vergelijking met de nieuwe lasten die het bedrijfsleven in 2007
opgelegd krijgt. De verpakkingsheffing in haar eentje moet al 320
miljoen euro op jaarbasis opbrengen. Dat is meer dan de kostprijs
van alle bedrijfsvriendelijke maatregelen samen. Voorts kosten de
maatregelen met betrekking tot het vakantiegeld het bedrijfsleven
elk jaar 230 miljoen euro. Hoeveel de wijziging van de fiscale
aftrekbaarheid van de gewestelijke belastingen de fiscus moet
opbrengen, is nog niet bekend want moet nog worden onderhandeld met
de gewesten. En dan is er nog het aanboren van de belastingvrije
reserves. Het gaat weliswaar om een fiscaal koopje voor de
bedrijven. Maar ook koopjes kosten geld: 350 miljoen in 2007 om
precies te zijn.
Een klein beetje zalven en veel slaan, dat is wat de federale
begroting 2007 voor de bedrijven in petto heeft. Het contrast met de
behandeling die de burger/kiezer te beurt valt, is groot. Die wordt
door de begroting 2007 nauwelijks getroffen. Want 2007 is een
verkiezingsjaar. Maar zelfs de modale burger heeft reden tot klagen.
Want hij wordt gespaard, niets meer.
Premier Guy
Verhofstadt gaat er prat op dat de economische groei in ons land
hoger blijft dan in de buurlanden. Maar hoe structureel is die
groei?
Is het toeval dat volgens de OESO de fiscale druk onder paars blijft
stijgen en volgens het Insituut voor de Nationale Rekeningen (INR)
de tewerkstellingsgraad amper de hoogte in gaat? In de
internationale competitiviteitsrankings tuimelen we naar beneden. De
weg naar de modelstaat is nog lang. Ook al wil een voluntaristische
premier graag het tegendeel doen geloven.
De Tijd, 19/10/06