|
|
|
|
Een zestal weken geleden verving ik Filip Dewinter op een debat van de Turkse jongerenorganisatie Tügök, wat staat voor “Turkse studenten- en jongerenvereniging”. De jonge Turken slaagden erin om één van de grote zalen van de Universiteit Hasselt tot de nok te vullen voor een open confrontatie tussen een vijftal politici en twee “deskundigen” over het onderwerp “Integratie / Assimilatie”. Het onthaal door enkele elegante Turkse jongedames - zonder hoofddoek overigens - was vriendelijk en correct, en vooraf kreeg ik de gelegenheid om even van gedachten te wisselen met enkele verantwoordelijken van Tügök. Daarbij verheugde het mij nogmaals vast te stellen dat er in de Turkse gemeenschap moderne, zelfbewuste en geëngageerde jonge mensen aanwezig zijn die zich openstellen voor onze samenleving. Dit noopt mij tot de conclusie die ik ook tijdens het debat verwoordde: hoewel Turkije geen Europees land is en het nooit tot de EU kan behoren (net zoals China, India en de VS bijvoorbeeld), heeft de machtige buur van Europa bepaalde troeven in handen die het land duidelijk een voorsprong geven ten opzichte van alle andere traditionele islamlanden. Uiteraard blijven onder andere de Koerdische kwestie, de Armeense tragedie, de problematiek van de fundamentele rechten en vrijheden en de sterk gewortelde islamitische traditie vooralsnog serieuze hinderpalen op de weg naar een (h)echte toenadering tussen het Europese continent en zijn oosteinder. Doch Turkije is ook het land van de secularisering onder Atatürk en er bestaat, zeker in tal van grote steden, een tendens die zeer modern blijkt en gericht is naar het Westen. Turkije of de Turkse cultuur zonder meer “achterlijk” noemen doet de waarheid dus - geen klein beetje overigens - geweld aan. Na het debat werd mijn stelling alleen maar gestaafd, toen ik door een charmante Turkse jongedame en vervolgens door een welbespraakte Turkse jongeman werd aangesproken om mijn visie over een aantal zaken te geven. Ik wil mij dan ook wagen aan de volgende stelling: indien de overgrote meerderheid van de Turkse immigranten zich zou verenigen in organisaties zoals Tügök en indien deze nadrukkelijk in het sociaal leven van Beringen, om even mijn eigen thuisstad te noemen, zouden aanwezig zijn, dan zouden de problemen van integratie en samen-leving wellicht een stuk minder groot zijn. Hiervan is helaas echter bitter weinig te merken in onze door Turkse inwoners gedomineerde volkswijken. Wanneer ik in Beringen op straat kom, zie ik immers nog al te vaak het - steeds groeiend! - aantal meisjes met hoofddoekjes en de jonge gasten die in hun Blitse Macho Wagens doelloos rondtoeren. Recent bleek ook dat er nog steeds massaal huwelijkspartners uit het land van herkomst worden aangevoerd… Dan vraag ik me af: zullen verenigingen als Tügök er ooit in slagen om hun positieve uitstraling hier gestalte te doen krijgen onder de vorm van een moderne, geassimileerde wijze van samenleving van de hier verblijvende Turken in Beringen? Zoals dat het geval is met de Italianen, de Grieken, de Polen, de Spanjaarden, de Oekraďners,…? Hoewel ik terzake niet optimistisch gestemd ben, troost ik me met de idee dat hoop doet leven, en vind ik dat organisaties zoals Tügök alleszins onze aandacht en voldoende krediet - en ja, ook subsidies - verdienen. Maar zolang het lakse Europa en vooral het onzalige België geen dam opwerpen tegen de immigratie, moet eenieder er zich van bewust zijn dat de inzet van Tügök weinig zoden aan de dijk kan zetten. Het probleem blijft dus helaas verder rotten, en de botsing tussen beschavingen blijft een onmiskenbare en reële dreiging…
|
|
| Programma | Verwijzingen |
|
© CD -2007 |
|